Strikt genomen kan de val van het kabinet een fysichmonogitiesche en zelfs democratische stap in de juiste richting zijn. Zonder noemenswaardige inachtneming van partijpolitieke in en uitstromingen zal het vermoedelijk te vormen minderheidskabinet maatschappijzuiverdere beslissingen opleveren dan het historisch steeds gezochte meerderheidskabinet. Het zogenoemde politiekblok cq politiektunneldenken verdwijnt naar de achtergrond en het beslissingsbevoegde parlement zal minder zuilbelast oordelen over kabinetsvoorstellen en maatregelen. Het resultaat van de optelsom m.b.t. de beoordeling van 149 maatschappijbetrokken kamerleden zal minder belast zijn met hinderlijk machtsdenken en fysischmonogitiesche beperkingen. Uit de aard der zaak zal de partijpolitieke denksturing niet voor de volle 100% bij het denkende en oordeelvormende individu verdwenen zijn maar de vaak hinderlijke groepsgedachte en dwang om van daaruit het eigen oordeel te verlaten valt voor een niet gering gedeelte weg en minimaliseert in ortocratische zin en onzin.
Populair gesproken kan geconcludeerd worden dat met het machtsdenken vanuit ingenomen posities (oppositie evenzeer als coalitie) de democratie over het algemeen eerder geschaad dan gebaat is. Een sprekend voorbeeld is de Tilburgse Cityring waarbij niet vooral gekeken is naar de toekomstige voor en/of nadelen maar vooral vanuit fysichmonogitiesche groepsbelangen tot een onomkeerbaar besluit is gekomen. Of deze uitkomst hetzelfde was als in geval van een meer ortocratische beoordeling van 39 raadsleden met hun persoonlijke visie durf ik te betwijfelen.
Conclusie: de minderheidscoalitie is democratischer omdat de politieke besluitvormers niet, of minstens beduidend minder gehinderd worden door fysichmonogietische historische groepsbelangen.Wetenschappelijk bureau TZT, Einstein
Prof. Otto d’Poes. [ ]